Het kerstverhaal

Het kerstverhaal

Hier kan je het kerstverhaal lezen uit de bijbel (vertaling: BasisBijbel). Je kan jet hele verhaal lezen in Lukas en ook in Mattheüs 

‘Toen Elizabet zes maanden in verwachting was, stuurde God de engel Gabriël naar Nazaret. Dat is een stad in Galilea. Hij ging naar een jonge, ongetrouwde vrouw die nog maagd was. Ze was verloofd met Jozef en nog nooit met hem naar bed geweest. Jozef was uit de familie van [ koning ] David . De vrouw heette Maria. De engel ging haar huis binnen en groette haar. Toen zei hij: “God heeft jou uitgekozen. God is met je.” Ze schrok toen ze hem zag. Ook was ze geschrokken van zijn woorden. Ze vroeg zich af wat de engel bedoelde. De engel zei tegen haar: “Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Want God wil goed voor jou zijn. Je zal in verwachting raken en een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus [ (= ‘God redt’) ] noemen. Hij zal een belangrijk mens zijn en Hij zal ‘Zoon van de Allerhoogste God’ worden genoemd. De Heer God zal Hem koning van Israël maken, net als zijn voorvader David . Hij zal voor eeuwig als koning regeren over het volk Israël. Er zal nooit een eind komen aan zijn heerschappij.” Maria zei tegen de engel: “Hoe kan dat gebeuren? Want ik ben nog niet getrouwd.” De engel zei: “De Heilige Geest zal bij je komen. De kracht van de Allerhoogste God zal over je komen. Daardoor zal er een heilig kind in je ontstaan. Hij zal daarom ‘Zoon van God’ worden genoemd. Je nicht Elizabet is ook in verwachting van een zoon. Ze is al oud en iedereen dacht dat ze geen kinderen kon krijgen. Maar nu is ze al zes maanden in verwachting. Want voor God is niets onmogelijk.” Maria antwoordde: “Ik wil de Heer God gehoorzaam zijn. Laat Hij met me doen wat u heeft gezegd.” Toen ging de engel bij haar weg.’ [Lukas 1]

De geboorte van Jezus

‘In die tijd wilde de [ Romeinse ] keizer Augustus laten tellen hoeveel mensen er in zijn hele rijk woonden. Daarom gaf hij het bevel dat iedereen zich moest laten inschrijven. Dit gebeurde voor de eerste keer in de tijd dat Quirinius bestuurder was van Syrië. Om geteld te worden, moesten de mensen naar de stad gaan waar hun familie oorspronkelijk vandaan kwam. Daar moesten ze zich laten inschrijven. Ook Jozef ging op reis. Hij reisde van de stad Nazaret in Galilea naar Betlehem in Judea. Dat was de stad waar [ vroeger koning ] David geboren was. Jozef was namelijk uit de familie van [ koning ] David. Daar moest hij zich laten inschrijven, samen met Maria met wie hij was verloofd. Maria was in verwachting. Toen ze daar waren aangekomen, werd het kind geboren. Het was haar eerste kind, een zoon. Maria wikkelde Hem in een doek en legde Hem in een voerbak van de dieren. Want in de herberg was voor hen geen plaats.
 

De herders

Diezelfde nacht waren er buiten de stad herders in het veld. Ze hielden de wacht bij hun schapen. Plotseling stond er een engel van de Heer God bij hen. De stralende aanwezigheid van God was om hen heen. Ze schrokken hevig en waren bang. Maar de engel zei tegen hen: “Jullie hoeven niet bang te zijn. Want ik breng jullie goed nieuws. Dat goede nieuws is voor het hele volk: Vandaag is in de stad waar vroeger koning David geboren is, de Messias geboren. Hij is de Redder, de Heer. Dit is voor jullie het teken [ dat het waar is wat ik zeg ] : jullie zullen een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.” Plotseling waren er bij de engel nog heel veel meer engelen. Ze prezen God en zeiden: “Prijs God in de hoogste hemel! Vrede op aarde voor de mensen waar God blij mee is!” Toen gingen de engelen naar de hemel terug. De herders zeiden tegen elkaar: “Kom, we gaan naar Betlehem! We gaan kijken naar wat de Heer God ons heeft verteld!” Ze gingen haastig op weg. En ze vonden Maria en Jozef, en het kind dat in de voerbak lag. Toen gingen ze aan iedereen vertellen wat de engel hun over dit kind had gezegd. Iedereen was erg verbaasd over hun verhaal. Maria onthield alles wat ze hadden verteld en dacht er over na in haar hart. De herders gingen terug [ naar hun schapen ] en prezen en dankten God voor alles wat ze gezien en gehoord hadden. Alles was zoals de engel tegen hen had gezegd. ‘ [Lukas 2]